Speelparadijs

Het idee was: hij lekker spelen, wij aan een tafeltje op een afstandje toekijken, af en toe een versnapering en een blaadje lezen. Hij is de kleinzoon van net drie.
Het was buitengewoon praktisch: ik zou de auto parkeren en echtgenoot T. ging alvast naar binnen.
T. heeft weinig ervaring met kinderen en dat kwam goed van pas, want kleinzoon wist zich eenmaal binnen direct aan zijn toezicht te onttrekken door pardoes te verdwijnen in een doolhof van luchtkussens, trampolines, klimnetten en glijbanen van drie hoog.
Geen wonder dat ik ze niet kon vinden bij de speciale speelruimte voor kinderen tot en met vier jaar, dat mij gezien onze voornemens (koffie en een blaadje) extra aantrekkelijk leek.
Roepen is zinloos (in een zwembad kan het geluid tenminste nog ergens héén), en T. laten oproepen vond ik in dit stadium overdreven.

Sjokkend met de tas met luiers en aanverwante artikelen zag ik hem staan: lichtelijk schuldbewust. T. wees naar het luchtkussenfort: daar was hij ingegaan, sindsdien geen spoor en hij had ook zijn schoenen nog aan.
Ik stoof het luchtkussen op, hopte vooruit, en botste tegen een meisje in een prinsessenjurk op die wel wat anders te doen had dan een wat angstig kijkende oudere vrouw op kousenvoeten ontwijken. Kort daarna lag ik door een ietwat onhandige manoeuvre na een aanvaring met een uit de kluiten gewassen oudere kleuter languit in de ballenbak. Het kind droeg een T-shirt met het opschrift: ik eerst.

Kleinzoon meldde zich zelf. Hij wilde op drie hoog zijn schoenen uit, wat mij vrij onhandig leek, omdat je die door een net niet naar beneden gedrukt krijgt. ‘Oma naar boven’ was ook geen optie. Hij bleek bereid beneden te komen ‘voor schoenen uit’ waarna we hem met diverse weinig pedagogisch verantwoorde toezeggingen schielijk afvoerden naar de speciale speelruimte. Goedgemutst visten we de tijdschriften uit de tas. Dat hadden we niet hoeven doen. Kleinzoon beschikt over een ondernemingsdrift die hem het zweet op de kop bezorgt, al kan hij ook rustig drie minuten staren naar de stalenrolletjes van een glijbaan om daar vervolgens met enige terughoudendheid zijn handje over te laten gaan zonder acht te slaan op omstanders.

Dieptepunt van de middag was een handgemeen in de blokkenhoek. Kleinzoon stapelde geconcentreerd grote plastic Lego-achtige blokken in de kleur geel tot een andere peuter tot zijn ongenoegen de wand van een blokkenhuis in één welgemikte beweging omverwierp. ‘Niet omgooien’ hielp niet, waarna kleinzoon aan zijn trui en broek begon te trekken om hem te weerhouden van verdere destructieve acties. De vader en ik keken gebiologeerd toe: er werd getrokken, gepraat, getuimeld, maar beiden waren onverzettelijk. Vader wenkte enkele familieleden zodat een heel clubje er getuige van was dat kleinzoon uiteindelijk een rood blok ter hand nam en het jongetje op het hoofd sloeg om het pleit te beslechten.

Gelukkig nam vader het goed op. Ik heb het niet zo op tatoeages.

Comments are closed.

Tag Cloud